De periodos

Nagenoeg elke Griekse stad had haar eigen spelen, maar deze waren niet allemaal even belangrijk. In de loop van de geschiedenis van de atletiekwedstrijden groeide er geleidelijk een soort hiërarchie. Vanaf de zesde eeuw onderscheidden vier wedstrijden zich duidelijk van de andere, door hun groter en internationaler deelnemersveld en door het prestige dat uit een overwinning volgde. De Olympische en Pythische spelen werden om de vier jaar gehouden, de Nemeïsche en Isthmische spelen om de twee jaar. In deze vier spelen werden alleen symbolische prijzen gegeven - daarom werden ze door literatoren uit de vierde eeuw v.C. wel eens als 'kransspelen' omschreven' - maar wie hier kon winnen kon ook rekenen op een fikse beloning in zijn vaderstad. Samen vormden deze vier spelen een soort circuit: de Isthmische spelen hadden plaats in het voorjaar van hetzelfde jaar als de Olympische en Pythische spelen en dienden dus als een soort voorbereiding op deze laatste; de Nemeïsche spelen hadden plaats in de jaren waarin er geen andere spelen waren.

Jaar 1 Isthmische Spelen april – mei
  Olympische Spelen eind juli – begin augustus
Jaar 2 Nemeïsche Spelen september
Jaar 3 Isthmische Spelen april – mei
  Pythische Spelen augustus – september
Jaar 4 Nemeïsche Spelen september

In de derde eeuw v.C. was er een toevloed van nieuwe wedstrijden. Het politieke landschap was immers sterk gewijzigd sinds de veroveringen van Alexander de Grote, en vele steden, vooral in het huidige Griekenland en Turkije, maar zelfs Alexandria in Egypte, wilden zichzelf in de schrijnwerpers plaatsen door internationale wedstrijden in te richten. Ze onderhandelden met andere steden, om te verzekeren dat de winnaars van hun nieuwe spelen dezelfde beloningen zouden krijgen in hun thuisstad als voor een overwinning in de Olympische of Pythische spelen. 'Kransspelen' werd vanaf nu een technische term uit het atletiekjargon voor al deze is-Olympische en iso-Pythische spelen. De oude top vier bleef echter veel prestigieuzer dan de nieuwe wedstrijden. Vanaf de tweede eeuw v.C. werd daarom een aparte term ontwikkeld voor deze vier: de periodos (letterlijk: de kring). Wie erin slaagde alle vier de spelen te winnen was een periodos-winnaar. Deze bijzondere prestatie is te vergelijken met het winnen van een Grand Slam in het moderne tennis.

In de Romeinse tijd werd deze 'oude periodos' uitgebreid met nieuwe vierjaarlijkse spelen, de Actia in het plaatsje Actium, de Sebasta in Napels, de Capitolia in Rome en de Eusebeia in Puteoli. Een 'volledige periodos' omvatte dus acht internationale spelen. Al die nieuwe spelen werden gehouden in jaar 2. De Nemeïsche spelen van jaar twee moesten onder druk van de nieuwe spelen verhuizen naar december. Daarom noemt Pausanias hen de 'winter-Nemea'.

De spelen van de periodos vormden de basis voor een vaste cyclus van vier jaar waarin alle andere spelen werden ingepast. De logische opeenvolging van lokale en internationale spelen zorgde ervoor dat atleten van de ene spelen naar de andere konden reizen. Recente ontdekkingen leren ons hoe de Grieken de datum van deze spelen bepaalden: in een scheepswrak hebben archeologen een bronzen mechanisme met radertjes gevonden, een complex wetenschappelijk instrument om de kalender, met o.a. de Olympische spelen, vast te leggen.

© KU Leuven, 2012