Trainers

Vandaag wordt een topatleet omringd door een professionele entourage: een verzorger die hem masseert voor en na de wedstrijd, een trainer of coach die zijn trainingsschema en dieet vastlegt en een sportarts die zijn lichamelijke conditie opvolgt. In de Oudheid was dit niet anders.

Masseurs, trainers en artsen werkten in dienst van gymnasia en ook van individuele topatleten. Er waren twee soorten trainers: de 'paidotribes' en de 'gymnastes'. Hun functie overlapt grotendeels en het verschil tussen de twee varieert naar gelang van de plaats en tijd. Over het algemeen was de paidotribes ('hij die jongens masseert) eerder praktisch geörienteerd. Hij hield zich bijvoorbeeld bezig met het aanleren van bepaalde worstelgrepen. De gymnastes was een soort sportwetenschapper, die theoretische kennis bezat over welke trainingsmethoden en welk voedsel de beste waren.

De trainers deelden soms in de roem van de overwinning. Pindarus noemt hen weleens in zijn overwinningsoden en ook op ereopschriften voor atleten wordt de trainer af en toe vermeld, alsook in documenten van de atletenvakbond.

© KU Leuven, 2012