Spelregels en lijfstraffen

Net als vandaag golden er spelregels in de antieke sport. Een ruiter mocht bijvoorbeeld in de hippodroom niet voor het keerpunt draaien, een loper mocht geen valse start nemen, een pankratiast mocht de ogen van de tegenstander niet uitsteken, ... In de Olympische eed moesten de atleten zweren niet vals te spelen.

Toch gebeurde het natuurlijk in het heetst van de strijd wel eens dat iemand een overtreding beging. Daarom stonden de wedstrijden onder toezicht van scheidsrechters. Overtreders werden bestraft met lijfstraffen: een aframmeling met een stok of zweep. Dit was niet alleen fysiek, maar ook psychologisch een zware straf. Buiten de context van de spelen was het namelijk verboden vrije mannen lijfstraffen te geven. Deze werden enkel gebruikt bij de opvoeding van kinderen en vooral voor slaven. Wellicht hadden de straffen bij de spelen een religieuze betekenis: de atleten die bij Zeus hadden gezworen eerlijk te strijden, hadden door hun overtreding de god beledigd.

© KU Leuven, 2012