Corruptie en boetes

Net als vandaag probeerden ambitieuze atleten in de Oudheid ook wel eens de tegenstander om te kopen. In het begin van de derde eeuw n.C. kloeg Philostratus dat corruptie wijd verspreid was, behalve op de Olympische spelen. Maar zelfs in Olympia kwam dit af en toe voor. Wanneer men een geval van corruptie ontdekte, legde men de schuldigen (zowel hij die de omkoopsom aanbood, als hij die het geld aannam om te verliezen) een geldboete op. Dit veranderde echter niets aan de uitslag. Wie de eerste plaats behaalde, zelfs al was hij corrupt, werd tot overwinnaar uitgeroepen.

In Olympia stond een bijzondere rij bronzen beelden, de Zanes. Deze Zeusbeelden waren opgericht met de boetes van corrupte atleten. Ze stonden langs de terrasmuur die naar het stadion leidde (nr. 8 op kaart) en fungeerden dus als waarschuwing voor de atleten. Ze waren ook bedoeld als zoenoffer voor Zeus, omdat de atleten de Olympische eed gebroken hadden.

Pausanias beschrijft waarom elk van de beelden was opgesteld. In 532 v.C. had bijvoorbeeld de Athener Kallippos zijn tegenstanders in de pentatlon omgekocht. Hiervoor legden de Eleërs hem een boete op, maar de Atheners stuurden een bekende redenaar naar Olympia, die ervoor pleitte om de straf te laten vallen. De Eleërs weigerden en daarom wilden de Atheners de Olympische spelen boycotten. Omdat ze echter geen orakels meer kregen in Delphi omwille van deze boycot, betaalden ze de boete uiteindelijk toch. Hiervan werden zes Zeusbeelden opgericht.

Een andere overtreding waarvoor een boete werd opgelegd was forfait geven nadat de spelen officieel van start gegaan waren. In de voorbereidende ronden was dit wel toegestaan.

© KU Leuven, 2012