Griekse sport bij de Romeinen

De Romeinen maakten reeds vroeg in hun geschiedenis kennis met de Griekse cultuur. In Etruskische graven zijn vazen en muurschilderingen met afbeeldingen van Griekse atleten aangetroffen. De Romeinen zelf stonden in de Republikeinse tijd terughoudend tegenover de Griekse cultuur. Ze associeerden het gymnasion met verwijfdheid en immoraliteit. Vooral de pederastische praktijken en de naaktheid tijdens de wedstrijd beschouwden ze als een schande. De Romeinen hielden wel van sportieve spektakels, zoals wagenrennen, gladiatorengevechten of boksmatchen, maar het was ondenkbaar dat een deftige burger aan een publiek optreden deelnam, dat was iets voor slaven.

Na de verovering van Griekenland door de Romeinen in 146 v.C., nam de invloed van de Griekse cultuur op de Romeinse sterk toe. Rijke Romeinen stelden beelden van Griekse atleten op in hun tuinen en badhuizen en richtten occasioneel spelen in naar Grieks model.

De activiteiten van enkele hellenofiele keizers (Augustus - Nero - Domitianus) versterkten de pro-Griekse evolutie. In 86 n.C., met de oprichting van de Capitolische spelen - de eerste permanente spelen in de hoofdstad - kreeg Rome een volwaardige plaats in het Griekse sportcircuit. De Griekse spelen in Rome kregen wel een Romeins tintje: bv. Romeinse paardenrennen en competities in Griekse én Latijnse voordracht. De internationale atletenbond verhuisde naar Rome om volop van keizerlijke privileges te kunnen genieten.

Al in 186 v.C. was het de Romeinen toegestaan deel te nemen aan de Isthmische spelen. In praktijk bleef de Romeinse deelname echter beperkt. Zelfs in de spelen in Rome waren de deelnemers meestal Griekse atleten die naar het Westen gereisd waren. In de keizertijd deden wel vele Romeinse burgers aan Griekse sport, maar enkel in de vrije tijd en in de beslotenheid van de badhuizen. Een wezenlijk deel van de opvoeding tot een goede burgers, wat Griekse sport was in het Oosten, is het in het Westen echter nooit geworden.

© KU Leuven, 2012