Atletiekspelen doorheen de Oudheid

Sport maakte al heel vroeg deel uit van de Griekse cultuur. Over die vroegste periode is heel wat onduidelijk – zelfs over het begin van de Olympische spelen – maar zelfs in zeer oude verhalen, zoals de Ilias van Homerus, komen al sportwedstrijden voor, vaak als onderdeel van begrafenissen. Denk maar aan de begrafenisspelen voor Patroklos. Over de periode waarin die verhalen van Homerus ontstaan zijn, ook wel de ‘dark ages’ of ‘duistere tijden’ genoemd, weten we echter heel weinig.

Op deze duistere tijden volgde de zogenaamde ‘Archaïsche periode’. Uit de zevende en zesde eeuw v.C. hebben we al wat meer bronnen, bijvoorbeeld schilderingen op vazen en vroege opschriften op steen die gevonden zijn bij opgravingen. In deze periode werd het gebruikelijk in Griekenland, om wedstrijden te houden in belangrijke heiligdommen. De deelnemers waren mannen uit de betere klasse, die genoeg tijd en middelen hadden om te trainen en te reizen. Een kampioen zoals Milon reisde vanuit Kroton in Italië naar Griekenland om daar aan verschillende topwedstrijden deel te nemen.

Deze evolutie zette zich voort in de Klassieke periode (de vijfde en vierde eeuw v.C.). De Olympische spelen, de Pythische spelen, de Isthmische spelen en de Nemeïsche spelen hadden zich intussen ontwikkeld tot de vier meest prestigieuze wedstrijden. Daarnaast waren er echter nog zeker een tiental andere competities, zoals de Panathenaeën in Athene, of de spelen voor Hera in Argos. Uit deze periode kennen we heel wat sportkampioenen, waarover sterke verhalen de ronde deden, zoals Poulydamas of Theagenes.

Op het einde van de vierde eeuw v.C. veroverde Alexander de Grote een groot stuk van het oosten, onder andere Klein-Azië, Syrië en Egypte. Terwijl men vroeger enkel aan de kusten van Klein-Azië Grieks sprak en aan sport deed, verspreidden de Griekse taal en gewoonten zich vanaf de derde eeuw v.C. (de ‘Hellenistische periode’) geleidelijk over een veel groter gebied via de vele Griekse immigranten. Sommige van Alexander’s opvolgers, bv. de Ptolemaeïsche koningen in Egypte, deden erg hun best om ook sport in te voeren. De organisatoren van wedstrijden in deze nieuwe Griekse regio’s wilden dat deze even belangrijk werden als de traditionele wedstrijden en gaven ze daarom de titel ‘gelijk aan de Olympische spelen’.

Tegen het einde van de eerste eeuw v.C. waren de Romeinen baas in dit grote Griekssprekende gebied. De Romeinen voerden echter niet overal hun eigen tradities in, maar lieten de Griekse sportwedstrijden bestaan. Meer nog, de Romeinse keizers voerden zelfs nieuwe spelen in, zoals de Capitolische of de Aktische spelen, en stimuleerden ook de Griekse steden om wedstrijden te houden. Om die reden waren er nooit zoveel atletiekwedstrijden als in de Romeinse keizertijd. Er waren er honderden. Om dergelijk groot wedstrijdcircuit goed te organiseren was er zelfs een internationale atletenvakbond.

De meeste van deze wedstrijden zijn verdwenen in de loop van de vierde eeuw n.C. Het einde van de Olympische spelen in het begin van de vijfde eeuw n.C., betekende het einde van meer dan een millennium Olympische geschiedenis. In 1896 werd de draad weer opgepikt met de moderne Olympische spelen.

Legende:

ROOD: vijfde eeuw v.C.
GEEL: derde eeuw v.C.
GROEN: derde eeuw n.C.

© KU Leuven, 2012