Worstelen

P074Worstelen is de oudste vorm van vechten zonder wapens. Er waren twee vormen: staand worstelen en grondworstelen. Om in het staand worstelen te winnen moest men zijn tegenstander drie maal ten val brengen. Terwijl vandaag de rug van de tegenstander de grond moet raken, telde voor de Grieken elk lichaamsdeel. Bij het grondworstelen mocht het hele lichaam de grond raken en was men pas de winnaar als de tegenstander opgaf door zijn wijsvinger op te steken naar de scheidsrechter. Staand worstelen gebeurde in de zandbak die ook voor het verspringen gebruikt werd, grondworstelen werd normaal op natte grond gedaan. Staand worstelen werd in 708 v.C. een Olympische discipline, tegelijk met de pentatlon. Grondworstelen had niet plaats op de spelen. Worstelwedstrijden werden georganiseerd als een aparte discipline en als onderdeel van de pentatlon. In 632 v.C. werd worstelen voor jongens ingevoerd.

P075Aan worstelen waren enkele regels verbonden: vuistslagen geven was niet toegestaan (dit is boksen), evenmin het vastgrijpen van de mannelijke geslachtsorganen en bijten. Ook was het verboden buiten de zandbak te vechten. De atleten smeerden hun lichaam in met olie, maar strooiden er daarna stof over om het de tegenstander mogelijk te maken hen vast te grijpen.

Beroemde worstelaars:

* Kleitomachos van Thebe
* Milon van Kroton

© KU Leuven, 2012