Gladiatorengevechten

Het hoogtepunt van een dag in een Romeins amfitheater waren de gladiatorengevechten. Hieraan gingen in de voormiddag gevechten met wilde dieren en openbare terechtstellingen vooraf.

We horen voor het eerst van gladiatorengevechten in de derde eeuw v.C. Toen vormden ze een onderdeel van de begrafenisriten van belangrijke personen. Deze gewoonte hadden de Romeinen overgenomen uit CampaniŽ. Vanaf de tweede eeuw v.C. werden gladiatorengevechten erg populair. Omdat ze waren gegroeid uit begrafenisriten, werden ze steeds georganiseerd door particulieren (munera), in tegenstelling tot het andere volksvermaak in Rome , de paardenrennen en het theater (ludi), die door de staat georganiseerd werden.

Oorspronkelijk waren de gladiatoren krijgsgevangenen. De verschillende types gladiatoren, bv. ThraciŽrs en GalliŽrs, droegen de typische bewapening van hun streek van herkomst. Toen de nood aan gladiatoren groeide, ging men ook slaven opleiden tot gladiator. Omwille van hun afkomst hadden gladiatoren Ė ondanks hun beroemdheid - een erg lage status in de Romeinse maatschappij. Toch werden soms ook vrije burgers ertoe gebracht om toe te treden tot een gladiatorenschool, uit geldnood of door de verlokking van de roem.

Gladiatoren waren ingedeeld in verschillende types, naargelang de wapens waarin ze getraind waren. De thraex (of ThraciŽr) had een kort schild, hoge beenplaten en een kort kromzwaard. De murmillo had een langer schild, kortere beenplaten en een lang zwaard. Zijn helm had een hoge vertikale kam en een brede rand. De secutor leek erg op de murmillo, maar had een speciale helm die zijn ganse gezicht beschermde, maar zijn zicht belemmerde. De retiarius, die vaak tegen murmillones of secutores werd ingezet, was bewapend met een net en een drietand en had amper lichaamsbescherming.

In de gladiatorenschool werden zware inspanningen en veel discipline verwacht tijdens de training. De gladiatorenbaas had immers veel geld in de gladiatoren geinvesteerd. Aan de scholen waren vaak dokters verbonden, die moesten instaan voor hun gezondheid. De eigenlijke wedstrijden waren erg gevaarlijk: wanneer een gladiator verloor, kon enkel de gratie van het publiek en de keizer zijn leven redden. Een professionele gladiator vocht echter maar drie ŗ vier wedstrijden per jaar, en gratie was gebruikelijker dan de dood.

In de keizertijd werden gladiatorengevechten niet meer alleen in het Westen van het rijk gehouden, maar ook in het Oosten, in dezelfde steden waar ook de Griekse spelen gehouden werden. De gevechten vonden steeds plaats in het kader van de keizerscultus. In de tweede helft van de vierde eeuw n.C. verloren de gladiatorengevechten snel hun populariteit onder de invloed van het Christendom.

© KU Leuven, 2012