De zelfbeheersing van de atleten, een ascetisch ideaal

Atleten werden geprezen om hun zelfbeheersing en discipline. Om aan de top te geraken moesten ze hard werken en zich onthouden van pleziertjes waar anderen wel tijd voor hadden. In het gymnasion, waar de jongemannen in leeftijdsgroepen opgeleid werden, bestonden zelfs wedstrijden voor goed en gedisciplineerd gedrag (eutaxia) en werklust (philoponia).

Op het vlak van de zelfbeheersing was de held Herakles het mythische voorbeeld van de atleten. Dit wordt ge´llustreerd door het verhaal van Herakles aan de tweesprong: de held kwam op een gegeven moment aan een tweesprong en twijfelde welk pad hij zou nemen. Arete, de personificatie van de deugd, toonde hem de moeilijke weg met vele beproevingen, die leidde naar de roem. Eudaimonia 'Geluk', ook wel Kakia, 'godin van het kwade' genoemd, liet hem zien hoe hij via het pad van de ondeugd op een veel gemakkelijkere manier zijn doel kon bereiken. Herakles koos voor het harde pad van de discipline en de zelfbeheersing.

Een belangrijk aspect van de zelfbeheersing van de Griekse atleten was hun seksuele onthouding. Net als vandaag stelde men zich de vraag of seks voor de wedstrijd gepast was. Het antwoord was negatief. Sperma werd immers gezien als een bron van mannelijkheid en kracht, twee kwaliteiten waarover je maar best beschikte tijdens de spelen. De beroemde vechter Kleitomachos weigerde zelfs deel te nemen aan erotisch geladen gesprekken en wendde zijn blik af wanneer hij honden zag paren. Om erecties te vermijden pasten sommige atleten de techniek van infibulatie toe.

Het ideaal van zelfbeheersing en discipline, dat in de klassieke tijd vooral op de atleten van toepassing was, werd in de late Oudheid overgenomen door de Christenen. Vele christelijke uitdrukkingen, bv. ascese, zijn daarom afgeleid van het Griekse atletiekvocabularium (Gr. 'askesis': training).

© KU Leuven, 2012