Forfait geven

In Olympia ging aan de spelen een verplichte voorbereidingsperiode van een maand vooraf. Ook bij andere grote spelen was wellicht een dergelijke voorbereidingsperiode voorzien. Dit gaf de atleten niet alleen de mogelijkheid om op dezelfde manier te trainen, maar bood hen ook de gelegenheid om zich met hun concurrenten te meten. Wanneer ze merkten dat ze geen schijn van kans maakten, konden ze forfait geven. Dat was veel aanvaardbaarder voor atleten dan de schande van een nederlaag. Op de Olympische Spelen was het verboden om forfait te geven eens de spelen begonnen waren. Deed men dit toch, zoals Theagenes eens deed, werd men bestraft met een boete.

Soms gebeurde het dat één atleet zoveel ontzag afdwong bij de anderen, dat al zijn tegenstrevers zich uit de wedstrijd terugtrokken. Dit noemde men een overwinning 'akoniti', letterlijk 'zonder stof'. Hiermee wordt bedoeld dat een atleet gespecialiseerd in een gevechtssport won zonder één stap te zetten in de stoffige zandbak, waar de wedstrijden plaatsvonden. In het hardlopen kwamen overwinningen bij forfait slechts zelden voor.

Voor ons lijkt het nogal zwak om te winnen bij forfait, maar voor de Grieken was het erg eervol. Het betekende namelijk dat men in het hele deelnemersveld gezag afdwong. Topatleten vermeldden dit trots in hun overwinningenlijst op steen.

© KU Leuven, 2012