De moderne Olympische spelen

In de negentiende eeuw groeide de populariteit van sport. Koploper in deze tendens was Engeland. Daar ontwikkelden gentlemen-atleten het ideaal van het amateurisme en namen verschillende atletiekclubs het motto 'mens sana in corpore sano' in gebruik. In verschillende landen werden pogingen ondernomen om de Olympische spelen te doen herleven. De meest succesvolle poging was die van baron Pierre de Coubertin, de vader van de moderne Olympische spelen. In 1894 organiseerde hij het Parijse congres waarop het IOC werd opgericht. De eerste spelen vonden plaats in 1896 in Athene.

De moderne spelen zijn in de loop van de twintigste eeuw sterk gegroeid (zie de lijst van alle spelen). Steeds meer atleten uit meer landen nemen deel, de stadia worden groter en meer mensen kijken toe. De organisatie wordt ook alsmaar duurder, maar door sponsoring en de verkoop van rechten aan televisiestations brengen de spelen ook veel op.

De spelen stellen zich tot doel de vrede tussen de naties te bevorderen, maar vormen, net als de oude Olympische spelen, vaak het toneel van politieke kwesties. De spelen van 1936 in Berlijn werden bijvoorbeeld door de nazi's gebruikt voor politieke propaganda. Tussen 1951 en 1978 konden Chinese atleten niet deelnemen omdat het IOC enkel Taiwan en niet de Volksrepubliek erkende. In Munich in 1972 werden Israëlische atleten vermoord door Palestijnse terroristen.

© KU Leuven, 2012