De spelen van 1896 in Athene

Na heel wat organisatorische en financiële moeilijkheden werden in april 1896 de eerste moderne Olympische spelen gehouden. Naar hedendaagse normen waren deze spelen zeer kleinschalig: er namen 241 atleten, allen mannen, deel vanuit 14 landen. In het stadion - het gerestaureerde stadion van Herodes Atticus waar in de Oudheid de Panathenaeïsche spelen gehouden werden - was er plaats voor 60.000 toeschouwers. Naar de normen van de late negentiende eeuw waren de spelen een groot succes. De Grieken wilden de spelen zelfs voor altijd in Athene houden. De Coubertin was hier echter niet mee akkoord, want de Griekse financiën waren hiervoor niet toereikend.

De spelen begonnen met de Olympische hymne (muziek van Spyros Samaras, tekst van Kostis Palamas), die vandaag nog altijd gezongen wordt. De atletiekwedstrijden werden gedomineerd door de Amerikanen, veelal studenten van prestigieuze universiteiten zoals Princeton. De Duitsers domineerden het turnen. De Grieken, aanvankelijk teleurgesteld omdat de overwinningen uitbleven, hadden hun moment van glorie op 10 april toen Louis Spiridon de marathon won. De Griekse koning en kroonprins leidden de nationale held persoonlijk naar de kleedkamers.

Daarnaast waren er nog wedstrijden in het schermen, gewichtheffen, worstelen, zwemmen, fietsen, geweer- en pistoolschieten en tennis. Die laatste wedstrijd werd gewonnen door een Britse toerist die zich toevallig in Athene bevond.

© KU Leuven, 2012