Amateurisme

In de tweede helft van de negentiende eeuw vonden de sportieve Engelse gentlemen dat men 'amateur' moest zijn om aan belangrijke sportwedstrijden deel te nemen. Aanvankelijk bedoelden ze hiermee een verschil in klasse: mensen van de hoogste klassen waren 'amateurs', handwerklieden waren 'professionals'. Op het einde van de eeuw ging men dit nuanceren: een 'amateur' was iemand die geen geld verdiende met zijn sport. Over de juiste definitie bleef discussie: Mag een amateur deelnemen aan wedstrijden waaraan ook professionals deelnemen? Kan iemand amateur zijn in de ene sport en professional in een andere? Is een sportleraar een professional? Mag de sportclub de reisonkosten van een atleet betalen?

Tot de jaren 1980 mochten ook aan de Olympische spelen enkel amateurs deelnemen. Een beroemde episode uit de Olympische geschiedenis is de affaire Thorpe. James Thorpe was een Amerikaanse atleet die op de spelen van Stockholm in 1912 zowel de pentatlon als de decatlon won. De Zweedse koning overhandigde hem zijn medaille met de woorden: "Meneer Thorpe, u bent de grootste atleet van de wereld!" Na de spelen bleek echter dat Thorpe als student tijdens de zomer geld had verdiend door baseball te spelen. Hij was dus geen amateur en zijn medaille werd hem afgenomen. Pas in 1982 kwam het IOC terug op deze beslissing en werd Thorpe gerehabiliteerd.

Het IOC beriep zich voor deze beslissing op de Oudheid: ook de Griekse atleten waren amateurs, die enkel een krans kregen voor hun Olympische overwinning. Verschillende historici, zoals Mahaffy, Gardner en de zeer invloedrijke Gardiner, beschouwden de klassieke Griekse atleten als ware amateurs. De Hellenistische en Romeinse tijd, toen professionalisme op de voorgrond trad, beschouwden ze als een periode van verval, hoewel er op dit moment veel intensiever aan sport werd gedaan dan hiervoor. Omdat deze geleerden zelf grote voorstanders van het moderne amateurisme waren, schreven ze dit ideaal dus ook toe aan de oude Grieken. Vandaag beschouwen historici Griekse atleten niet meer als amateurs. Vele atleten waren wel aristocraten, maar haalden hun neus niet op voor waardevolle prijzen op de spelen of rijkelijke beloningen bij hun thuiskomst.

© KU Leuven, 2012