P. Lond. VII 1941

De rijke zakenman Zenon sponsorde een arme jonge atleet.

Hierokles groet Zenon.
Ik hoop dat je het goed stelt en dat je het ook anders naar je zin hebt; ikzelf ben ook gezond. Je hebt ons geschreven betreffende Pyrrhos dat we hem mochten trainen als we zeker waren dat hij zou winnen; zoniet, dan moesten we vermijden hem van zijn lessen af te houden en nutteloze kosten te maken.
Wat nu zijn lessen in lezen en schrijven betreft, die verwaarloost hij geenszins, maar hij maakt goede vorderingen, en zo ook voor de rest van zijn studies. Wat betreft het 'zeker weten', dat zouden alleen de goden kunnen, maar Ptolemaios zegt dat hij met kop en schouders zal uitsteken boven de huidige lichting, hoewel hij op dit moment nog een achterstand heeft omdat de anderen een geruime voorsprong in tijd hebben, terwijl wij pas met de trainingen beginnen. En weet wel dat Ptolemaios geen loon vraagt zoals de overige trainers: hij hoopt alleen dat jij een krans wint als dank voor de diensten die jij hem vroeger, toen je nog een onbekende was, hebt willen bewijzen en omdat je nu steeds klaar staat voor de palaistra. Denk ook aan het deken waarover ik je vorige keer geschreven heb opdat je het zou brengen. Koop ook een kistje voor zes drachmen en breng het mee. Stuur ook twee kruiken met honing zodat we ze hebben, want we hebben het nodig.

Op de achterzijde:
Hierokles i.v.m. de jongen
Jaar 29, Xandikos 2 (= 5 mei 257 v.C.)
in Memphis.

Grieks

Zenon werkte voor de Egyptische minister van financiën. Voor zijn werk moest hij vaak op reis. Op 5 mei 257 v.C. ontving hij in Memphis een brief van Hierokles, die in Alexandrië de belangen van de afwezige Zenon behartigde. Hierokles schreef hem in verband met Pyrrhos, een getalenteerd jongen, die Zenon onder zijn hoede had genomen. Hij betaalde voor onderwijs en professionele sporttrainingen.

© KU Leuven, 2012