Programma van het congres in 1894

Amateurisme en professionalisme
I. - Definitie van een amateur: grondlijnen van deze definitie. - Mogelijkheid en nut van een internationale definitie.
II. - Schorsing, disqualifacatie en requalificatie. - Feiten die deze beslissingen kunnen motiveren en middelen om ze te controleren.
III. - Is het juist om een onderscheid tussen de verschillende sporten te bewaren vanuit het oogpunt van het amateurisme, vooral met betrekking tot paardenrennen (gentlemen) en het schieten van duiven? - Kan iemand een beroepssporter zijn in de ene sport en een amateur in de andere?
IV. - In verband met de waarde van de kunstvoorwerpen die als prijzen gegeven worden. - Moet er een limiet geplaatst worden op hun waarde? - Welke maatregelen zouden genomen moeten worden tegen iemand die een kunstvoorwerp, dat hem als prijs is toegekend, verkoopt?
V. - Legitimiteit van de fondsen opgebracht door toegangsgelden van sportterreinen. - Mag dit geld verdeeld worden onder de sportclubs of de sporters? Mag het als compensatie voor reiskosten worden gebruikt? - In welke mate mogen teamleden compensatie ontvangen van de rivaliserende club of hun eigen club?
VI. - Kan de algemene definitie van een amateur toegepast worden op alle sporten? - Bevat ze speciale beperkingen met betrekking tot wielrennen, roeien, atletiek, enz.?
VII. - Wedden. - Is het in overeenstemming te brengen met amateurisme? - Manieren om de verspreiding ervan tegen te houden.

Olympische spelen
VIII. - Over de mogelijkheid om de Olympische spelen te doen heropleven. - Onder welke voorwaarden zou dit kunnen gebeuren?
IX. - Voorwaarden voor de deelnemers. - Deelnemende sporten. - Organisatie, frequentie, enz.
X. - Aanstelling van een internationaal comité verantwoordelijk voor de voorbereiding van de heropleving.

© KU Leuven, 2012