De Coubertin, Olympic Memoirs*, p. 11

Eind jaren twintig schreef de Coubertin over het congres van 1894:

Ik concentreerde al mijn inspanningen op de openingssessie en de eerste opvoering door een koor van de Hymne aan Apollo, die ontdekt was in de ruïnes van Delphi. Gabriel Fauré bood goedschiks zijn hulp aan.
Plots veranderde de naam van het congres. De woorden “Congres voor de heropleving van de Olympische spelen” verschenen op de uitnodigingsbrieven, waarvan er één nog altijd te zien is in het Olympisch museum in Lausanne. In de schitterende omlijsting van het grote amfitheater van de Sorbonne … creëerde het spelen van dit heilige stuk muziek de gewenste atmosfeer bij het enorme publiek. Een subtiel gevoel van emotie verspreidde zich door het auditorium alsof de antieke eurhythmie tot ons kwam vanuit een ver verleden. Op deze manier sijpelde Hellenisme binnen in het grote auditorium. Vanaf dit moment was het congres voorbestemd om te slagen. Ik wist dat nu, bewust of onbewust, niemand nog tegen de heropleving van de Olympische spelen zou stemmen.

* Naar de Engelse vertaling uit 1989 (eerste uitgave: 1931). Engels

© KU Leuven, 2012